De laatste weken gaat het in het nieuws veel over pesten. Logisch, als je bedenkt dat in een kort tijdbestek er twee jonge mensen uit het leven stapten omdat ze zo gespest werden. Fleur en Tim zijn nu bekend bij heel Nederland, maar heel veel anderen zijn en blijven onbekend.
De nieuwsprogramma's buitelen over elkaar heen met mensen die roepen dat er nu echt iets aan gedaan moet worden, de pestprotocollen vliegen je om de oren, iedereen heeft wel een mening.
Ook weer logisch, want wie wil nu toegeven dat pesten iets is wat altijd/vaak en overal gebeurt en waar veel mensen aan mee doen en wat zo moeilijk is om te stoppen?
Ook ik ben in mijn jongere jaren gepest. Het begon op de basisschool en ging door tot op de middelbare school, maar ook als ik uit ging. De vraag die telkens terugkomt is: 'waarom?'.
Waarom ben ik gepest? Waarom werden er de meest vreselijke dingen naar mijn hoofd geslingerd? Waarom was ik in pauzes altijd de klos? Waarom stond ik achter de school soms te huilen? Waarom kreeg ik een schop in mijn buik én werd mij een bloedneus geslagen? Waarom wisten de leraren op de basisschool ervan maar werd er niks gedaan? Waarom werd het iets beter toen ik in paniek naar huis ben gegaan (nadat ik die trap in mijn buik kreeg), mijn moeder belde op het werk (ik was compleet overstuur) en mijn moeder een gesprek heeft gehad met een leraar én directeur van de school. Waarom ging het door op de middelbare school? Al was dat in mindere mate dan op de basisschool. En waarom ging het door toen ik de leeftijd kreeg om uit te gaan?
Je zoekt naar antwoorden op die waarom vraag. Ik was als kind al erg lang, ik was als kind aan de stevige kant, ik was (en ben) een gevoelig persoon, ik kwam niet (genoeg) voor mezelf op.
Wat ik wel weet is dat het altijd een litteken blijft op je ziel.
Die bloedneus vergeet je, net als die schop in je buik. Die pijn en het verdriet daarover gaan weg.
Maar de woorden, die blijven. Die hoor je altijd en overal, ook al wil je dat niet.
De woorden die vanaf een terras werden geroepen; 'God wat ben jij lelijk zeg', de varkensgeluiden die twee jongens maakten terwijl ik langs liep in de plaatselijke discotheek (ik weet nog precies wie het zijn terwijl dat inmiddels 20 jaar geleden is).
Altijd was er wel iemand die het belangrijk vond om zich op een negatieve manier uit te laten over mijn gewicht, lengte, uiterlijk of gewoon om wie ik ben. Het is nog maar het topje van de ijsberg.
Het erover hebben doe ik eigenlijk nooit.
Wat heeft het voor zin om het op te rakelen? Ik ben geen slachtoffer, zo wilde ik me destijds ook nooit zien. Ik heb hard gewerkt om mezelf te mogen zijn van mijzelf! Geleerd om dat wat anderen over me zeggen of denken/dachten bij hun te laten.
Gek is dat toch, als gepeste ga je aan jezelf werken en de pesters? Die hebben (vaak) geen idee van de consequenties van hun woorden/acties.
Ik heb helaas ook niet de illusie dat het pestprobleem ooit opgelost gaat worden. Mensen in groepen doen vaak dingen die niet kunnen of passen. Willen erbij horen, niet uitgesloten worden, er heerst groepsdruk. Niet iedereen is er tegen opgewassen om nee te zeggen, een eigen weg te kiezen, los van de groep. Wat wel frappant is, is dat veel gepesten vaak gevoelige mensen zijn die vaak wel hun eigen weg volgen.
Maar ik moet toegeven er zijn, zelfs in mijn volwassen leven, een paar dingen wat ik moeilijk blijf vinden. Nog steeds heb ik er moeite mee om langs groepen mensen te lopen of langs een (vol) terras.Ik ben destijds met mijn schouders wat krom gaan lopen zodat ik niet overal bovenuit stak, niet op zou vallen, nu ben ik trots op mijn lengte, maar schiet ik toch vaak automatisch in mijn kromme houding. Ik verstopte me jaren lang onder grote truien, dan dacht ik dat mijn figuur minder op zou vallen. Nu durf ik meer de kleding aan te doen die ik leuk vindt en probeer ik me niet meer zo druk te maken om mijn figuur. Maar nog steeds heb ik er moeite mee om op straat of buiten iets te eten. Of tijdens het boodschappen doen een zak chips op de band te leggen. Complimenten ontvangen, ik ben er niet zo goed in.
Ik heb geprobeerd die woorden, die door een ander vaak zo makkelijk werden uitgesproken te vergeten. Ze niet meer als een echo te horen zodra ik even niet zo lekker in mijn vel zit of even onzeker ben. Maar helaas is het niet zo makkelijk, die echo die is er gewoon.
In de loop van de jaren heb ik de echo wel van volume weten te veranderen, stond het vroeger nog op standje maximaal nu is het op fluisterstand terecht gekomen.
Maar zelfs op fluisterstand is het vaak nog nét hard genoeg om het te horen.